Boekbesprekingen - detail
13 december 2009  A Natural History of Conifers
‘A Natural History of Conifers’
Aljos Farjon

door Nelis Mourik

Zelden heb ik en boek helemaal uitgelezen. En al helemaal geen hout- of bomenboek, want dat zijn naslagwerken. Maar bij dit boek is het anders! Hier is iemand in staat om de wereld van de coniferen in zijn volle breedte en diepte te belichten, maar op een dermate populair wetenschappelijke manier dat je het boek in één adem uit leest. Die iemand is Aljos Farjon, honorair medewerker van de Royal Botanic Gardens in Kew en o.a. voorzitter van de Conifer Specialist Group in de IUCN, een internationale organisatie die zich inzet voor behoud van natuur. Kortom, een coniferen-specialist, maar dan wel iemand die gerekend wordt tot één van de besten ter wereld.

De schrijver rekent in het boek eerst af met onze ‘tuincentrum-cultuur’, waardoor we maar zo weinig coniferensoorten zien in soms zulke enorme aantallen en wanstaltige afmetingen, en waardoor een totaal verkeerd en vooral bekrompen beeld wordt gevormd van deze toch zeer opmerkelijke plantengroep. Op boeiende wijze leidt hij de lezer in met de simpele vraag wát een conifeer is, en hij vervolgt zijn betoog over hun ontstaan, verscheidenheid, voorkeur, verspreiding, gebruik en noodzaak tot behoud. Veel misvattingen worden ontkracht, zoals bijvoorbeeld de gedachte dat elke conifeer kegels draagt. Want dat is helemaal niet zo! Al lezende wordt juist de buitengewone diversiteit van coniferen duidelijk, zeker als Farjon het ministruikje Microcachrys tetragona beschrijft, waarvan de ‘kegels’ meer lijken op frambozen, of als hij een foto toont van de prehistorisch uitziende Araucaria muelleri.
De taxonomische verscheidenheid van coniferen is enorm, en de schrijver gaat er dan ook op in hoe in de loop van de aardgeschiedenis deze bomen en struiken zich hebben aangepast om allerlei geologische en klimatologische veranderingen, o.a. door het zich verplaatsen van de continenten, het hoofd te bieden. Ook beschrijft hij hoe ze de strijd zijn aangegaan met de later snel opkomende bloemplanten en hoe formidabel ze die strijd hebben weten te overleven. Niet minder interessant is zijn uitleg hoe de coniferen, met hun relatief geringe aantal van 627 soorten, in staat waren bijna de gehele aardbol te overgroeien van de hoge, koude breedtegraden tot in de warme tropen. En ook waarom op het zuidelijk halfrond heel andere coniferen groeien dan op het noordelijk halfrond.
Met name is de schrijver gefascineerd door de vele coniferensoorten op Nieuw-Caledonië.

Dit schitterende boek met zijn vele foto’s in kleur fascineert iedere liefhebber van houtige gewassen. Weinig boeken zijn compleet, maar deze komt voor dit predikaat zeker in aanmerking. Komt bij dat er eigenlijk niets serieus negatiefs aan valt op te merken, zelfs de prijs niet ( $ 35,- , dat is nog geen € 30,- ). Ja, het is in het Engels, maar het maakt toch veel goed dat de schrijver in Nederland is geboren, is opgegroeid en heeft gestudeerd?!

Op vrijdag 15 mei was Aljos Farjon aanwezig in Pinetum Blijdenstein in Hilversum. Ter gelegenheid van de ingebruikname van het nieuwe bezoekerscentrum gaf hij daar een lezing die naadloos aansloot bij dit boek – in het Nederlands!!
ISBN-13: 978-0-88192-869-3, Timber Press, 2008

  

terug naar boekbesprekingen overzicht